boek b - 21 februari 2002 tot en met 6 juli 2002
boek a
boek b
boek c
boek d
boek e
boek f
boek g
boek z
(2001 - 2002)
(2002)
(2002)
(2002 - 2003)
(2003)
(2003 - 2004)
(2004)
(ongedateerd)
 
 

mijn vingers worden stijf en hun
beweging wordt omgekeerd :
hetgeen ik had wordt opgetild











ik zal een levensvorm maken om verkocht te worden.
om voor jullie plezier gebruikt te worden.
gemaakt om zo kort te leven, steriel.
bedacht door iemand met potlood en papier
om te dienen en te zien.











vandaag was een bijzondere dag:
de vogels die ik in deze schemering in de avond hoorde fluiten
deden me denken aan een boodschap uitgedrukt in de muziek
en in hun vorm, de tonen van hun gefluit; alle vogels
en alle melodieën op deze planeet spreken van een idee
(het idee werd gebroken in duizenden stukjes, duizenden vogels,
ze vlogen naar alle bomen en vertellen daar hun magie)











ik wil nooit meer lezen: alleen maar schrijven
geen menselijk creaties zien: alleen het water.
mijn hele leven de wereld ontdekken en vullen met goed.
omdat ik vrij ben van geschiedenis
een geheugen wat mij ook niet onthouden heeft
zal ik zijn wat ik moet:
een mens











misleid me
beweeg dit voor mijn ogen en
vertel me wat het is.
je woord aanvaard ik -
het enige wat ik kan horen
is een belofte











om een wereld te scheppen heb ik nodig
licht, klei en een tijd lang genoeg,
om te denken over elk stukje plant
iedere cel van mijn kroon
zodat als deze eeuwigheid stopt en
een nieuw leven begint
ik weet dat het leeft voor één staat
het streven naar zichzelf











ik wil niet denken aan een verleden
ik blijf het vergeten: alles blijft hetzelfde is wat ik vertel want
ik kan je niet zeggen wat ik verander.
ik wil weten hoe het voelde toen ik klein was
en toen ik groter werd.
ik vergeet een hele week, een ordening in jaren kan ik niet maken.
ik weet niet het verschil tussen vier en twee jaar
vertel me dan over mij zoals je graag over jezelf praat
oorzaak en gevolg: ja, ik begrijp de wereld, en jou.
ik vertel je waarom je je zo beweegt, en niet spreekt
ik vertel je dat er een oplossing is die ik heb gelezen
in boeken - die je niet meer moet zoeken.
er wordt gemoord. ik weet het.
geen scheiding tussen mij en jou,
want ik wil, en jij wilt,
en ik hoop en jij voelt,
we doen niets.











ik heb nu moeite om de derde dimensie te blijven zien. mijn hand verschrompelt en wordt plat - de schaal van de zichtbare wereld vergroot - ik ben bang dat ik mijn zelf verlies (mijn onafhankelijkheid van mijn lichaam)

mijn kooi zal het worden als ik in mijn gezicht wordt getrokken en alleen kan kijken hoe de wereld wordt beeïndigd











in een bar zat ik alleen.
ik heb pijn in mijn kaak van het glimlachen
geniet van de activiteiten van de mensen
ik ben een open bloem.

(toen ik verdrietig werd ben ik weggegaan, huilen in een café is moeilijk. de vraag of ik de mensen hun plezier parasiteerde heb ik niet beantwoord. een schuld heb ik niet. een verplichting heb ik niet.)











ze is zo jong en ze heeft een kind

"ik zal hem alles leren wat ik weet
ik zal alles geven voor hem
hij zal mij liefhebben hij zal van mij houden
hij zal alle beloftes van mij waarmaken

hij zal een defect hebben
hij zal mij pijn willen doen
ik ga hem niet tegenhouden
ik ga hem laten groeien
in mijn plaats."











fruitvliegje,

zelfs jouw machine kan ik niet bouwen
om je aan de plant te voeren dank ik teveel je lijnen
stuurloos maar je zit wel op mijn vinger











ik dacht net: ik rij auto en ik rij een marter aan: hij leeft nog maar zal snel sterven. ik pak hem vast om hem te doden en hij bijt mij sterk in mijn hand. dan, met zijn tanden nog steeds in mij, probeer ik zijn hoofd tegen het asphalt te duwen en hem daar te houden of zijn nek te breken of zijn ogen uit te steken.
dit maakt mij kwaad.











ik denk vaak aan de gebouwen waarin ik mij bevindt: hoe zij in brand staan.

ik denk ook aan de gebouwen die een moment stil staan, stof worden en dan van oppervlakte tot het binnenste weggeblazen worden: ook de mensen worden stof en vliegen weg: in rook of in deeltjes grijs.











bedenk een stroom van delen,
die patronen vormen van dichter en leger,
ertussen liggen de velden die we vorm noemen.











ik kan een wereld extrapoleren uit de getallen in mijn huid:
ik draai mij om en kijk in een richting.
als alles transparant is, of alle deeltjes een even grote plaats zouden innemen op mijn beeld:
dan zou ik een getal zien in mij, voor mij en achteraan.
blijf ik draaien, altijd is het getal een lijn door mijn oog naar het einde, ver.

lijn: het is zonder richting want mijn huid is altijd dezelfde.
hetzelfde deeltje op een andere plaats is hoe jij bestaat.











een beeld waarin de
(leesbare informatie) -intensiteit
is weergegeven
bovenop of in een lijntekening (polygonaal: vlak)
van het zichtbare (perspectief)











als ik zeg: ik weet niet wat ik moet maken:
ik wil een omgeving waarin ik boven in het bos sta
de grassprieten moeten, SAMEN met de bomen en de zandgrond die ik nog nooit in mijn mond gehad geproefd heb, alle zuurstof vrijlaten: ik zie ze met lichtsporen de hemel in gaan.
ik brand een lucifer en hang er boven: met een diepe zijg adem ik alles er in.











een vogel
muziek die zichzelf componeert











in een café
betaal ik voor de mensen
ze moeten niet kwaad worden











als mijn brein gevormd wordt door de wereld die
het waarneemt, moet ik dan niet de wereld
vormen zodat ik mijn brein god kan noemen?











als een pistool afgevuurd is en de schutter het metaal dicht bij zijn gezicht houdt ademt hij in en de rook van de explosie zal zijn neus en mond worden binnengezogen.